Poetryslammer Else Kemps: “Ik wil altijd iets zeggen wat nog nooit iemand gezegd heeft”

  Leesduur 5 min   |   Plaats reactie

  2016-01-26 21:11:13 26 januari 2016   |   Geschreven door:

Poetryslammer Else Kemps: “Ik wil altijd iets zeggen wat nog nooit iemand gezegd heeft”

Poetryslammer Else Kemps: “Ik wil altijd iets zeggen wat nog nooit iemand gezegd heeft”

Op 29 januari is Else Kemps een van de finalisten op het NK Poetry Slam. Met zeven anderen probeert ze daar de titel ‘Slampion’ binnen te slepen door haar poëzie zo treffend mogelijk voor te dragen. CLEEFT was benieuwd naar haar en skypete met Else over effectbejag, clichés en losgeslagen kinderen.

Je werkte tot je elfde aan een oeuvre over een knuffelmuis en stond in de finale van Kunstbende, dus je bent vast jong begonnen?

“Ja, dat klopt, ik heb sinds mijn achtste geschreven. Toen kwam ik aan met die muis en sindsdien ben ik nooit meer opgehouden. Aanvankelijk schreef ik volgens mij proza, maar dat is langzaamaan een soort poëzie geworden. Op mijn zestiende kwam ik terecht in de top 100 van ‘Doe Maar, Dicht Maar’ en dat was echt een aanmoediging. Sindsdien schrijf ik vooral poëzie.”

Wat heeft poëzie dan meer te bieden dan proza?

“Ik denk dat ik me vrijer voel in poëzie. Bij proza wist ik nooit zo goed wat ik met de vorm aanmoest. Ik vond het bijvoorbeeld lastig om eindes te maken en bij poëzie is dat voor mij heel duidelijk, juist omdat ik het gevoel heb dat daarvoor minder regels zijn.”

Er zijn dus geen regels, maar kun jij je poëzie desondanks typeren?

“Die is vooral heel eerlijk. Ik schrijf vaak over losgeslagen kinderen met rare gewoontes. Mijn moeder heeft een keer tegen mij gezegd: ‘waarom trek jij altijd de meest beschadigde kinderen aan in een groep?’ Op de een of de andere manier zijn zij in mijn poëzie geslopen, ook omdat ik houd van de verwondering die kinderen nog hebben. Daarnaast probeer ik altijd vernieuwend te zijn. Ik wil altijd iets zeggen wat nog nooit iemand gezegd heeft. Ik kan ook heel kwaad worden als iemand zegt dat ik een cliché gebruik.”

Zoek je dat vernieuwende ook in de vorm?

“Dat ligt eraan. Ik heb een tijdje geleden een scenariogedicht geschreven, dat ik ook heb voorgedragen tijdens de halve finale. Dat lijkt me vernieuwend, maar ik ben toch in de eerste plaats bezig met de inhoud. De vorm komt altijd als tweede bij mij.”

Wanneer heb je besloten te gaan slammen?

“Mijn eerste slam was het Gelders kampioenschap, vorig jaar in oktober. Na de eerste ronde gingen er dertig rozen (alternatieve stemkaarten, red.) voor mij omhoog. Dat moment vergeet ik nooit meer, dat was zo mooi. Ik kreeg ook nog eens een heel leuke prijs: een bordje waarop stond ‘jij bent net niet Gelders kampioen poetryslam’, want ik was tweede geworden. Sindsdien ben ik niet meer opgehouden met slammen.”

Heeft het slammen dan ook invloed op je poëzie?

“Ja, ik heb er weleens last van met het schrijven. Dan probeer ik iets grappigs te schrijven, omdat ik weet dat zoiets goed werkt op het podium. Eigenlijk is dat een trucje dat ik niet in mijn werk wil. Een tekst mag best grappig zijn, maar ik vind dat de grap niet als enige doel mag hebben om stemmen te winnen.”

Wat gaat jou onderscheiden van je concurrentie in de finale?

“Mijn gedicht waarin een kind prittstiften aan de klassenhamster voert. Daar zit ook weer die eerlijkheid in die ik eerder al noemde. Verder heeft het me lang onderscheiden dat ik er heel lief uitzag en op het podium ineens begon te schelden, waardoor de zaal zich helemaal kapot schrok. Dat is alleen niet iets waar ik trots op ben. Het is grappig, maar ik wil dat beeld niet meer neerzetten. Ik vind het inmiddels te flauw, ik ben er wel klaar mee.”

Wat verwacht je van de finale?

“Ik heb niet echt heel grote verwachtingen. Tijdens de halve finale was ik zo zenuwachtig, dat wil ik niet nog een keer. Ik ben al heel blij dat ik daar sta.”

Veel slammers gebruiken de slams ook als opstapje naar een bundel. Is dat iets wat jij ook zou willen?

“In principe mag ik dat nu nog niet. Ik ben derdejaars Creative Writing aan ArtEZ en ik mag van mijn opleiding pas debuteren als ik ben afgestudeerd, omdat ik dan pas genoeg zou hebben geleerd. Dat is nu soms best een beetje vervelend, want ik ben weleens benaderd door een uitgeverij en dan moet ik toch zeggen dat ik nog niet mag publiceren. Maar als ik dan eenmaal ben afgestudeerd, wil ik graag debuteren met een dichtbundel.”

Volg ons ook op Facebook en Instagram

Wat vind je van dit artikel?


Dit artikel al FF gecheckt?

Koffietafelboek Dutch Identity met de beste portretfotografie van eigen bodem

Koffietafelboek Dutch Identity met de beste portretfotografie van eigen bodem