Leesduur 4 min   |   1 reactie

  18 april 2017   |   Geschreven door: Laura van Wingerden

Hier worstelt een taalnazi dagelijks mee

Schuilt er in jou ook een taalnazi?

De Nederlandse taal verloedert, zeggen ze. Mensen maken meer fouten en er worden steeds meer Engelse woorden gebruikt. Hierdoor voelt hij de drang om er iets aan te doen. Het taalgebruik van de medemens verbeteren voelt als zijn roeping. Hij voegt iets toe aan de samenleving.

Herken jij je in bovenstaande? Dan zul je er toch aan moeten geloven, je bent een taalnazi. En daar is niks mis mee, je bent immers niet alleen. De taalnazi zorgt ervoor dat de mensen om hem heen de Nederlandse taal niet compleet naar zijn grootje helpen. Hij laat zien dat er nog mensen zijn die correct taalgebruik belangrijk vinden.

Dagelijkse verbeteringen
Hier is helaas niet iedereen blij mee. Hij hoort zijn vrienden al zuchten voordat hij ze verbetert: “Je begrijpt toch wat ik zeg?!” Maar daar gaat het niet om, dat weet de taalnazi. Het gaat erom dat wij onze taal doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen, zoals hij nu is. Nederlands is een mooie taal waar we trots op moeten zijn en die behouden moet worden, vindt de taalnazi.

Naast ongevraagde verbeteringen, biedt de taalnazi ook hulp aan zij die er om vragen. De taalnazi kijkt bijvoorbeeld met veel liefde en plezier essays en sollicitatiebrieven van zijn naasten na. Uiteraard wordt de taalnazi blij van weinig fouten, maar als hij fouten ontdekt, zal hij er alles aan doen om deze op te lossen. Op deze momenten zijn zijn naasten erg blij met een taalnazi in hun midden.

Het gevoel
Het zeldzame moment dat de taalnazi zelf een fout maakt, zorgt dan ook voor veel ophef in zijn omgeving. Hij weet het toch zo goed? Anderen mogen toch nooit fouten maken? Waarom de taalnazi dan wel? De taalnazi schaamt zich dan ook diep op dergelijke momenten. Hij kan er zelfs van wakker liggen, hoe heeft dit kunnen gebeuren? Jaren later wordt de taalnazi nóg geconfronteerd met deze fout.

Gelukkig wordt deze fout niet altijd correct herhaald, waardoor de taalnazi een nieuwe kans ziet om te verbeteren. De natuurlijke behoefte van de taalnazi zal voorlopig nog gevoed worden, maar natuurlijk hoopt hij dat er ooit een moment zal komen dat zijn diensten niet meer nodig zullen zijn. Dan heeft de taalnazi zijn levensdoel bereikt.

Met welke fouten je nu écht het bloed onder de nagels van taalnazi’s vandaan haalt? Wij presenteren jullie de top 3 grootste taalergernissen:

3. Na/naar
‘Ik ga na huis.’ en ‘Ik weet niet of ik dat kan naar zo weinig slaap.’ Hoewel beide woorden voorzetsels zijn, betekenen ze iets heel anders. Zo is ‘na’ het tegenovergestelde van ‘voor’, dus zeg je ‘na het drinken van de koffie’. En geef je met ‘naar’ een richting aan: ‘Ik ga naar mijn moeder’.

2. Hun als onderwerp
‘Hun komen zo!’ Oeiii, een taalnazi wordt niet gelukkig van deze zin. Waarom? ‘Hun’ wordt namelijk alleen als bezittelijk voornaamwoord of als meewerkend voorwerp gebruikt. Dus: ‘Dat is hun boek’ of ‘Ik geef hun het boek’. De derde persoon meervoud is al-tijd ‘zij’ en kan dus geen ‘hun’ zijn!

1. Me als bezittelijk voornaamwoord
Maar met stip op nummer één, staat toch wel het schrijven van ‘me’ in plaats van ‘mijn’ of ‘m’n’. Durf dit eens naar een taalnazi te typen en je zult onmiddellijk worden afgeschreven. Het woordje ‘me’ gebruik je namelijk alleen wanneer je naar jezelf verwijst, zoals in de volgende zin: ‘Ik was me iedere dag.’

Geen zin om deze taalregels toe te passen? Dan weet je nu in ieder geval hoe je het best een taalnazi kunt irriteren ;).

Tekst: Nena van Bakel

Wat vind je van dit artikel?


Dit artikel al FF gecheckt?

VN jongerenvertegenwoordiger Martijn Visser: "Jongeren moeten NU duurzamer worden!"

Van New York tot Marrakech, Martijn strijdt overal voor een duurzamere wereld voor en door jongeren